
Ik stap de bus uit bij de Halte Bredestraat in het bruisende (maar nu even niet) centrum van Loenen aan de Vecht. Nadat ik de regenhoes om mijn rugzak heb gedaan en de routekaart op mijn telefoonscherm heb ga ik op zoek naar de Vecht. Het is een korte zoektocht. De Vecht ligt nog steeds op dezelfde plaats. Daar heeft de regen van de afgelopen dagen niets aan veranderd. Zelfs de brug ligt er nog. Ik kan er zonder problemen over lopen. Aan de overzijde ga ik rechtsaf en volg de grillige loop van de Vecht. Links van mij doemen grote huizen op en rechts van mij zijn de overtuinen. Dat begrip overtuin leerde ik kennen in de Zaanstreek. Je hebt een imposant huis met een voortuintje, dan de openbare weg en dan volgt de overtuin (soms met meerdere ornamenten of zelfs een theekoepel) en dan is daar het water. Hier is dat de Vecht, in de Zaanstreek was dat de Zaan. Het waren in vroeger tijden voornamelijk Amsterdamse zakenlui die een optrekje langs de Vecht lieten bouwen. Veel van die optrekjes zijn verdwenen, vervangen of een kantoorpand geworden. Het zorgt voor een bijzonder traject op het Waterliniepad. Dan komt Nieuwersluis aan bod. Hier zal uiteraard een sluis zijn (geweest). Maar tegenwoordig is Nieuwersluis bekender door de vrouwengevangenis die er is op het terrein van de kazerne. Ik zie achter het toegangshek de bovenste zijde van het nieuwe gebouw. Van de gevangenis ga ik verder naar het zuiden langs de oever van de Vecht. Net voordat ik Breukelen binnenloop zie ik aan de overzijde een bijzondere theekoepel in de vorm van een omgekeerde roeiboot. Hier is een creatieve horecagelegenheid. Oud en nieuw zijn hier mooi verenigd.

Mijn eerste kennismaking met de bevolking van Breukelen is de begraafplaats langs de Proosdijweg. Het is een smalle asfaltweg waar auto’s (met chauffeur) elkaar net kunnen passeren op uitwijkplaatsen. Gelukkig wordt er niet hard gereden. Aan het einde van deze weg die naar de binnenlanden (beter: binnenwateren) gaat neem ik niet de Scheendijk (hoewel een groot bord mij daar welkom heet) maar volg ik een flink begrasd pad langs het Waterleidingkanaal. Ik zie flinke bedrijvigheid langs de Scheendijk. Achter die bedrijvigheid gaat veel waterrecreatie schuil. Op mijn kaart zie ik vele smalle waterwegen met aan weerszijden woningen, huisjes, onderkomens, vakantiehuisjes. Aan het einde van mijn grasweg ligt het voormalige Fort Tienhoven. Het Waterleidingkanaal gaat verder. Ik ben blij dat ik waterdichte schoenen aan heb, want het gras op mijn pad is drijfnat. Dan kom ik op een bekend punt. Hier, bij het oude gemaal Bethunepolder, ontmoet ik het Utrechtpad, het Streekpad door de provincie. Hier liepen Wandellief en ik in een ver verleden. Over de Machinekade en een bruggetje en nog steeds over de Machinekade kom ik bij het Zandpad. Dit is een voetpad en geen fietspad. Het wordt tijd voor een pauzebankje. En dat bankje is er. Wandelende lunchgangers en hondenuitlaters komen voorbij. Een enkel vaartuig gaat door de wateren van de Vecht. Thee en een müshlibolletje of twee. Dan kan ik gesterkt verdergaan. Aan de oever ligt een cruiseboot met vele oude dames die binnen zitten. Ik tref een oudere dame aan de wal die nog lang niet met zo’n boot op het water wil. Ik blijf wandelen om zo fit en helder te blijven, zegt zij. Zo nemen wij afscheid van elkaar. Ik loop langs een reeks van grote huizen in het groen. En ik kom ook langs Park Doornburgh en restaurant De Refter in het voormalige nonnenklooster. We hebben daar een paar jaar geleden heerlijk gedineerd. Het Zandpad gaat over in de Herengracht. Deze staat in Maarssen en is ook een vreugde voor de ogen. Verder over de Langegracht die inderdaad iets langer is dan de Herengracht. Hier neem ik voorlopig afscheid van de Vecht want mijn route gaat tussen huizen door naar de Maarsseveensevaart. Nog meer water. Even voorbij Fort Maarsseveen ga ik de natuur weer in. Ik passeer en stilstaande aalscholver die zijn vleugels strekt. Achter tuincentrum Vechtweelde (ik zie alleen een vierkant gebouw) kom ik over een mooie houten brug bij de Maarsseveenseplassen, het is een groot recreatiegebied met bijbehorend parkeerterrein waar motorrijders de eerste beginselen van rijden onder de knie proberen te krijgen.

Langs de Kleine Plas en de Voetenstudio van Jacqueline ga ik op weg naar Oud Zuilen en het Slot dat daarbij hoort. Op de hoek van Nedereindsevaart en de Groeneweg begint het te druppelen. Een echtpaar met hond schuilt onder een boom. Ik ga er bij staan. We praten over wandelen. We hebben zicht op twee mooie molens: molen van de polder Westbroek en de molen van de Polder Buitenweg. De grootste en de kleinste molen van de provincie in één blik gevangen. Het is nog niet helemaal droog wanneer ik verder ga, de Groeneweg in. Langs de oude begraafplaats, langs de volkstuintjes (of is het een kwekerij?). Van de Groeneweg ga ik het Tournooiveld op en dan door de poort van het slotterein naar het Museumcafé, waar niet alleen museumstukken aan tafel zitten. Een oud-minister zit aan tafel, een Mol uit Wie is de Mol? en dan ik nog. Ik ga op een rustig plekje zitten. Ik neem mijn chai mee naar het tafeltje. De soep wordt gebracht. Ik heb hier vaker gezeten want het is een mooie historische plek om even te zitten en te genieten. Na mijn pauze maak ik een omtrekkende beweging om het Slot en ga dan naar Fort aan de Klop, waar van alles aan de hand is. Zo is er bijvoorbeeld de Klopvaart waar ik langs ga lopen tot ik bij de Karl Marxdreef (deel van de Ring Utrecht) kom, daar steek ik over en kom bij Fort de Gagel. Dan volgt een lange route door het groen van de polder en met waterwegen. Ik ben even voorbij het Fort en het is al stil, totdat ik bij de Kooijdijk kom. Daar rijden vrachtwagens die dienstbaar zijn aan de agrarische sector. Wanneer ik de Gagelpolder weer in ga , neem ik plaats op een trede van het hekoverstapje. Het is prachtig weer. De zon schijnt uitbundig. In de verte staat de hoogbouw van Overvecht. Bij de trede groeit brandnetel. Dan op naar Fort Ruigenhoek. Alleen bij speciale gelegenheden kun je het Fort betreden. Nu is er geen speciale gelegenheid. Verder naar de achterkant van kwekerij Stekkers (biologisch) en Tuincentrum Steck. Via en onder drukke wegen kom ik op Fort Blauwkapel (inclusief oud kerkgebouw). Op de Kapelweg neem ik afscheid van de route en loop ik de andere kant uit, op zoek naar de bushalte aan de Darwindreef. De thuisreis kan beginnen. Met de bus naar het Centraal Station van Utrecht, waar oude bekenden I. en E. mij aanspreken. In de trein naar Amersfoort praten we wat bij. Vlak voor dat station zie ik op het raam icoontjes geplakt die oproepen tot rust. Daar zijn wij nu even niet mee bezig.
Het is weer een prachtige wandeling geweest op het Waterliniepad.

Waterliniepad 6
Bushalte Loenen aan de Vecht naar Bushalte bij Fort Blauwkapel
29,99 kilometer
Ontdek meer van Willems Wonderlijke Wandelingen
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.