Waarom gaat Emiel Garstenveld de Te Araroa (het lange pad) lopen?
Waarom wil hij 300 kilometer wandelen van het noordelijke puntje naar het zuidelijke puntje van Nieuw-Zeeland?
“Ik wil weten wie ik ben wanneer alles wegvalt.” schrijft hij in zijn introductie. Nu zou daar al van alles over te filosoferen zijn. Wanneer alles zou wegvallen zou dit boek niet zijn verschenen, dan zou Emiel weggevallen zijn in de diepten en de hoogten van Nieuw-Zeeland. Met duizend draden zijn wij en is hij verbonden aan anderen en aan het bestaande.
Dit boek beoogd geen gids te zijn over hoe hij de Te Araroa heeft gelopen. Het gaat Emiel over wat deze tocht met hem doet. Hij draagt een rugzak van 45 liter. De planning is om ongeveer 30 kilometer per dag te lopen. Hij verwacht vier maanden te doen over deze tocht. Hij heeft al flinke ervaring met lange tochten, niet alleen als zwaar bepakte militair, maar ook als wandelaar op Madagaskar.
In vele ongenummerde hoofdstukken beschrijft Garstenveld zijn tocht die een enorm beroep doet op zijn doorzettingsvermogen, op zijn gedrevenheid, op zijn vermogen om verder te gaan dat hij dacht dat hij kon. In het leger heeft hij geleerd om verder te gaan dan hij voor mogelijk hield. Hij heeft deze mentale hardheid hard nodig om de immense tocht te voltooiien. Toch blijkt dat hij zich meerdere malen afvraagt: Waarom doe ik dit? Dan wordt hij hij gesterkt door kleine (?) dingen als een bloeiende bloem, een zonsopgang in de bergen, een ontmoeting met een andere wandelaar. Ver in de tocht schrijft hij: Hier doe ik het voor. Het afzien dat je sterker maakt, de euforie na de pijn.
Het afzien speelt een belangrijke rol. Toch lijkt het er op dat iets anders een nog belangrijkere rol speelt, namelijk de ontmoeting met andere wandelaars. Hij ontmoet wandelaars uit vele landen. Hij maakt vriendschappen. Loopt vele kilometers op met anderen. Eén van die anderen is de Friese Lianne, met wie hij een tijdlang optrekt. Wandelaars treffen elkaar op rustpunten, in een hut, op een kampeerterrein, bij een Trail Angel (een vrijwilliger die hulp biedt), in een hostel in een naastgelegen dorp of stad. Rustdagen worden gezamenlijk doorgebracht. Bier wordt samen gedronken. Het zal niet allemaal Grolsch zijn geweest uit de Achterhoekse geboortestad van Emiel.
Een tragisch moment is wanneer zijn medewandelaar Louis, met wie hij veel optrekt, onderweg een overleden hiker aantreft. Waarschijnlijk verdronken in een rivier. Een andere wandelaar heeft belangstelling voor het voedsel van Emiel, maar hij laat die voedselzak uit zijn handen vallen en de zak gaat de diepte in. Voedsel is van groot belang, wat nu?
Garstenveld vermeldt dat Arthur’s Pass in 1864 door Arthur Dobson werd ontdekt en in dezelfde zin schrijft hij dat de Maori deze pas al als handelsroute gebruikten. Tot zover de ontdekking van Arthur Dobsosn, die waarschijnlijk wel de eerste uit zijn familie was die deze pas zag.
Aan het einde van zijn tocht vraagt Emiel Garstenveld zich af: Waarom zou ik stoppen? De reis begint pas na het einde, dan begint de reflectie, de verwerking en de toepassing in het dagelijkse leven. En wie weet hoort daar ook bij het besef: wij zijn, daarom ben ik. Wij bestaan niet zonder die anderen. Wij lopen samen het lange pad.

Emiel Garstenveld
Het lange pad
De beproeving van Te Araroa
uitgeverij Volt 2026
ISBN 9789062224463
237 pagina’s (met zwart/wit foto’s)
Dit boek heb ik ontvangen van de uitgeverij voor een recensie op mijn wandelwebsite.
Ontdek meer van Willems Wonderlijke Wandelingen
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.