Groot Frieslandpad (08) : Vries naar Veendam

“In de buurt van Vries heb ik de ruitenwisser even aangezet,” zegt de buschauffeuse op een perron van het busstation in Assen. Zij en ik staan gereed voor haar volgende rit. Zij gaat terug naar Groningen en ik ga richting Groningen en stap uit in Vries, bij het gemeentehuis van Tynaarlo. Zij heeft niet meegedaan met de staking in het openbaar vervoer, want de vakbond waar zij lid van is doet niet mee aan de staking. Een mannelijke passagier wil naar Emmen, welke bus is dan handig voor hem? Hij krijgt opties en besluit om met de bus naar Groningen te gaan en dan weer naar het zuiden. Een vrouw komt hijgend binnen’rennen’ en is blij dat zij net op tijd is. “Dat komt omdat ik wat laat ben”, zegt de chauffeuse, die de passagiere kent. “De vorige keer was ik net te laat, en toen heb ik een tijd moeten wachten,” zegt de vrouw tegen mij. Ze hijgt nog na. Ze gaat naar Vries. Onderweg krijgt zij een luidruchtig telefoontje van de persoon waar zij naar toe gaat in Vries. In het droge Vries stappen wij beiden uit bij dezelfde halte. We groeten elkaar en wensen een fijne dag aan de ander. Dan wordt het voor onszelf ook wel een fijne dag. Op naar Tynaarlo.

Ik steek het Noord-Willemskanaal over, waar boten vastgeketend aan de oever liggen. Stilstand is verder op het water ook waar te nemen. Zelfs op de A28 valt het mee met de drukte. De Dorpsstraat van Tynaarlo nodigt mij uit om binnen te treden. Een man komt bij de bakkerswinkel ’t Brughoes (een winkel en meer) vandaan met twee broden in zijn hand. Een vrouw stapt van haar fiets af en wacht voor de etalage op haar beurt. Geldt hier de regel van een maximum aantal mensen in de winkel? Vanwege corona? Vanwege het geringe vloeroppervlak van de bakkerswinkel? In het dorp kom ik nog een andere bijzonderheid tegen. Annemiek laat mij middels een bord weten dat zij een ‘gastouderopvang‘ heeft. Dat is bijzonder maar ook heel noodzakelijk. Veel gastouders hebben het druk. Ze worden de hele dag omringd door kinderen die druk zijn, gillen, weigeren te eten, weigeren te slapen, brutaal zijn. Deze gastouders hebben het niet gemakkelijk. Nu heeft Annemiek een ‘gastouderopvang’. Ik stel mij voor dat gastouders hier in het rustige Tynaarlo even op adem kunnen komen, een handmassage krijgen, een warm broodje uit ’t Brughoes, de gelegenheid om zich uit te leven op een boksbal, om een tekening te maken, gevolgd door een indringend gesprek. Dan terug naar de rauwe werkelijkheid van de ‘kinderopvang’. De bijzondere vondsten in Tynaarlo zitten er nog niet op. Aan de oostkant van het dorp zie ik het plotseling, zonder enige waarschuwing. Vanuit mijn linkerooghoek zie ik een stapeling van stenen. Het is een hunebed. Niet zo maar een hunebed. Het is D6. Nu doet mij deze aanduiding eerder denken aan de D6 pupillen van de voetbalvereniging FC Hunebed, dan aan een stapeling van fors uitgevallen stenen. Dit hunebed is nooit gerestaureerd. Het hunebed, met in totaal tien stenen, dateert uit de periode 3400-3100 voor Christus. Omwonenden en Staatsbosbeheer (Staatsteenbeheer?) zorgen voor het dagelijks onderhoud. Er is altijd wel iemand die er met de stoffer over heen wil gaan. Zeg Drenthe en je zegt niet alleen Bartje (ik zag zijn standbeeld vanuit de bus), maar ook hunebed.

Waar Pieterpad en Groot Frieslandpad elkaar ontmoeten

Ik ben inmiddels doorgedrongen in de rust en de ruimte van de Drenthse Aa en ga over het Zeegserloopje. Een waarschuwend bord wijst mij er op dat het hier in natte tijden nat kan zijn. Dan kun je beter een variant van het Groot Frieslandpad lopen. Het zijn nu droge tijden, dus zal het wel droog zijn en ik wandel de hoofdroute verder op. Het is hier heel rustig. Er is water maar dat stroomt onder de brug. Het droge voetpad brengt mij naar de Zeegsersteeg en hier bevind ik mij enkele tientallen meters ook op het fameuze Pieterpad. Waar het Pieterpad en het Groot Frieslandpad uit elkaar gaan staat een houten richtingwijzer, die naar beide paden wijst. Dit lijkt mij een punt waar wandelaars elkaar ontmoeten, waar fietsers even afstappen en gebruik maken van het krakkemikkige fietsenrek en het horeca-terras, dat nu nog is gesloten. Ik ga verder met de ontdekking van het Drenthse Alfabet. Eerst langs een uitgebreid bungalowpark van Schipborg en dan naar De Strubben-Kniphorstbosch. Plots neemt het aantal fietsende ouderen toe. Een aantal van hen zet de fiets neer bij een hek, in de buurt van grafheuvels. Zijn zij vandaag aan de beurt voor een schoonmaakbeurt? Even verderop, op een bankje op de hei, ga ik zitten. In mijn rug heb ik een bordje ter nagedachtenis aan Kees Fraanje, met een tekst van Arnon Grunberg : “Wandel door het leven en praat met iedereen.” Wanneer je dit doet, kom je waarschijnlijk niet zo ver, maar het is wel mooi. Een enkeling passeert mijn bankje, twee vrouwen gaan zitten op een meegebrachte doek, die zij uitspreiden over de hei. In de verte turen mensen in de verte. Wanneer ik later onder de drukke N34 ga verlaat ik het Nationaal Park Drentsche Aa.

Hunebed D9

Annen ligt om de hoek, maar ik ga via de rotonde. Het smalle pad dat ik volg herbergt plots twee nette fietsparkeergelegenheden. Waarom hier? Dan blijkt dat achter de bossage een hunebed verstopt is. Het is D9. Deze D9 heeft dienst gedaan als portaalgraf, maar ook als informele fietsenstalling, bij de bushalte. Fietsers van Annen deinzen nergens voor terug. Het smalle pad vervoert mij achter huizen en langs sportvelden. Een coach (of ouder?) roept instructies naar ene Willem, ik loop stilletjes door. Dan kom ik bij de Brink. Wat is een Drenths dorp zonder Brink? Alsof de benaming ‘Brink’ niet voldoende is in Annen, is er de naam van de beroemde aardrijkskundige Roelof Schuiling aan verbonden. Hij is geboren te Annen en werkzaam geweest in die fraaie Hanzestad Deventer. Deze man had zijn topografie op orde. Verderop langs de weg die Brink heet is een groot open terrein omzoomd door oude bomen. Er wordt druk gewerkt om een feestterrein te maken van de open ruimte. Een openbaar toilet (met twee afdelingen) is al kant en klaar neergezet. Ik loop het dorp uit en ga naar het waterwingebied Breevenen. De Nijedijk verwelkomt mij en langs een voor mij naamloze vaart ga ik van de gebaande weg af. Een apenbrug nodigt mij uit om de oversteek te wagen, maar gelukkig gaat de route niet over deze brug die uit drie draden bestaat. Een draad voor mijn linkerhand. Een draad voor mijn rechterhand. Een draad voor mijn beide voeten. Door naar de Duunsche Landen waar ik zowaar een wandelaar (met uitgebreide rugzak) tegenkom. Aan de rand van de Hunze of Oostermoerse Vaart (het was blijkbaar moeilijk om één van beide namen te kiezen) staat een picknickbank waar ik zitting neem. Fietsers komen voorbij, tevens een starende hond, die slechts met veel inzet door zijn bazin op sleeptouw genomen kan worden. Egberts Lent (van het Drenths Landschap) ga ik later voorbij en dan kom ik langs de Annerveensche Mond of Annerkanaal (ook hier is het weer moeilijk kiezen). Het landschap is veranderd. Hier bij Nieuw Annerveen, het Annerveenschekanaal (met vlakbij een leuk opengesteld privé-park) en de Westerdiepsterdallen en het Westerdiepsterdallenkanaal is het land vlak en uitgestrekt, rechte sloten en rechte andere waterwegen. Hier steek ik ook de Semslinie over. Het is een oude grens tussen Drenthe en Groningen die loopt van het Zuidlaardermeer naar Ter Apel. Het is de oudste (sinds 1615) lijnrechte grens ter wereld. Er was doorgaande ruzie tussen Drenthse en Grunniger veenboeren over de juiste grens en deze rechte lijn moest daar een einde aan maken. Zo ben ik aangekomen in het veen en in de veenkoloniën.

Dit is dan het Museum.

Ten noorden van mij worden zweefvliegtuigen de lucht in getrokken. De kabel zie ik aan een kleine parachute naar beneden komen. Het zweeftoestel beschrijft sierlijke bochten in de lucht en zoekt de juiste termiek. Ik kom water tegen in de Zeilplas aan de rand van Wildervank. geen zeil te bekennen, wel veel plas. Aan de noordkant van de Zeilplas ligt een mooi uitgebreid Veendams park, met veel wandelmogelijkheden. Aan de rand van een kinderboerderij neem ik een pauze, kinderen spelen, ouders lopen voorbij. Veendam maakt zich op voor het einde van de dag. Dan slinger ik verder door Veendam, door het Julianapark en langs de begraafplaats en voorbij de kerk en de gevulde terassen en het gebouw van het Veenkoloniaal Museum. Dan gaat het in een rechte lijn naar het station van Veendam. Daar staat de stoomtrein klaar voor een feestelijk gezelschap. Gaat hier alleen een stoomtreinn weg?? Ik zoek in een app de beste verbinding naar huis en zie dat dat eerst de bus naar Assen is en dan een trein en nog een trein. Spoorafwaarts is een perron voor andere treinen. De daar wachtende dames vertellen dat de bussen aan de overzijde vertrekken. “Ziet u die loods daar?” vraagt de vrouw met wijzende hand. Ik heb nog een kwartier en dan kan ik instappen.

Groot Frieslandpad (08) – Vries naar Veendam – 34.2 kilometer

topografie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.