HET GELUK VAN DE WANDELAAR

Jij gaat morgen op pad voor een lange wandeling.
Welk hoofddeksel zet jij op?
Een hoed?
Een pet?
En van welk materiaal is dat hoofddeksel gemaakt?

De Britse schrijver Stephen Graham (1884-1975) was een man die op de loop was. Hij werd geboren in Edinburgh en groeide op en werkte in London en directe omgeving. Naast zijn kantoorwerk begon hij aan een studie van de Russische taal. Hij ging op een goede dag aan de wandel. In Engeland, in Schotland, in de Verenigde Staten, in Canada, maakte faam met zijn wandelingen in Rusland (voor de revolutie) en met een groep Russische christenen trok hij naar Jeruzalem. Over de beide laatste voettochten schreef hij boeken, naast de vele andere boeken die hij schreef. Het lijkt er op dat Rusland (Sovjet Unie en nog eens Rusland) altijd een belagrijke plek in zijn leven en boeken behield.
In dit boek geeft hij een ‘handleiding’ voor de wandelaar. ‘Handleiding is wellicht een groot woord voor de mijmeringen over allerlei onderdelen van zijn voettochten. Het zijn tijden die voorbij zijn gegaan en niet terug kunnen komen. De gebieden waar hij door heen wandelde zijn onherroepelijk veranderd. Grenzen, wegen, gastvrijheid. Het is allemaal anders. Maar soms denk je terug aan vroeger en is er de noodzaak om te schrijven en te vertellen wat je bewoog om op pad te gaan.
Inderdaad gaat hij in een hoofdstuk in op de juiste keuze voor een hoofddeksel. Gezien zijn afkomst is het niet verwonderlijk dat hij kiest voor een hoofddeksel gemaakt van tweed. In een ander hoofdstuk gaat het over de juiste schoenen (met leren voering en robuuste zolen). Dan gaat het over de plunjezak (met veel vakjes) of over de kleding (sportieve look en een werkmansbroek, want Graham associëerde zich meer met de werkende klasse dan met de heersende klasse). Over geld schrijft hij: “Hoe minder je hebt, des te meer je ziet.” Dit biedt hem de gelegenheid om te schrijven over ‘bietsen’, de mogelijkheid om ergens aan te schuiven voor een maaltijd, voor een plek in een schuur om te overnachten. Het liefst echter overnacht hij onder de sterrenhemel en hij geeft daarvoor nuttige tips. Dagelijks een onderdompeling in een rivier of meertje is ook nuttig. Regelmatig stipt hij het belang van een koffiekan aan en hoe je een vuurtje kunt stoken, zelfs in regenachtige omstandigheden. Neemt de wandelaar nog boeken mee? Ook daar geeft hij tips, noemt titels, aan het einde geeft hij toch de voorkeur aan een gedeelte (evangelie) uit de bijbel. Het leven als een vreemdeling, die weer andere vreemdelingen ontmoet, misverstanden in de taal liggen op de loer, eetgewoonten. Neem een aantekenboekje mee, niet zo zeer om op te schrijven wat je waar at, maar om je gedachten op te schrijven en vast te houden. Zo wordt een aantekenboekje een ‘dagboek van de ziel’. Wanneer je iemand de weg vraagt hoef je daar niet voor te betalen. Waarom zou je dan voor landkaarten moeten betalen, die zouden gratis moeten zijn! Pagina’s lang neemt hij mij mee in zijn zigzagwandelingen door Londen. Hij noemt deze wandelingen ‘de diagonale verbinding tussen hart en ratio”. Neem een startpunt voor jouw wandeling: sla de eerste weg links in, vervolgens de eerste weg rechts, dan weer de eerste weg links en (hoe bedenk je het) de eerste weg rechts en zo verder. Laat je verrassen door paden en straten en stegen die je niet zou hebben gekozen. “Het gaat niet om de bestemming, maar om de weg er naartoe.” Bordjes met ‘verboden toegang’ en het ‘recht van overpad’, wat doe je daar mee? Graham heeft de voorkeur om verder te wandelen en bij ontmoetingen fatsoenlijk en vriendelijk te blijven. In het laatste hoofdstuk gaat het over de Buitenlucht, “de grote buitenkamer van het Wereldruim.” Deze regels schrijft hij er over:

Hij heeft zich overgegeven aan de buitenlucht;
Hij is onherroepelijk in een valstrik gelopen.

Ik vond het lezen van dit boek een zeer aangenaam leesavontuur.
Terug in de tijd.
Samen met een wandelaar die van de hoed en de rand weet.

Verder zie ik er naar uit dat uitgeverij Oevers een paar andere wandelboeken van Graham gaat uitgeven, bijvoorbeeld zijn lange wandelingen in Rusland, Oeral, naar Jeruzalem, de Kaukasus.

En dan de veters strikken en mijn tweedhoed op.

Stephen Graham
Het geluk van de wandelaar
Uitgeverij Oevers 2022
(oorspronkelijke uitgave: The Gentle Art of Tramping – 1926)
ISBN 9789492068866

Dit boek heb ik van de uitgeverij ontvangen voor een recensie op mijn wandelwebsite.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.