Lage Vuursche

Aan de rand van het kleinschalige dorp parkeer ik mijn bolide. Vlak voor het dorp passeer ik de oprijlaan van Kasteel Drakensteyn. Het lijkt mij verstandig om geen poging te doen om deze laan in te rijden.

Vanaf de parkeerplaats loop ik door de Dorpsstraat met laagbouw en een enkele poging om oud spul te vernieuwen. Verder is het duidelijk dat de lokale culinaire kracht schuilt in de pannenkoek. Het is nog rustig in het dorp, maar dat komt wellicht door de weersverwachting die het vermoeden uitspreekt dat er wel eens een flinke regenbui kan komen.

Aan het einde van de bebouwde kom sla ik linksaf het bos in. Hier merk ik dat niet iedereen een royaal onderkomen heeft. Ik kan natuurlijk ook zeggen dat dit een bouwstijl is die wordt gekenmerkt door natuurlijke materialen en mneebeweegt met de seizoenen. En zo heb je weer een nieuwe bouwstijl. Weer eens wat anders dan de Amsterdamse School. Hier gelden de regels van de Laag Vuursche School (LVS).

 

Al spoedig stuit ik op een grens. Er staat in het bos een flink. Op de hoek staan twee beveiligingscamera’s gericxht op wandelende passanten. Ik voel niet de aandrang om te gaan zwaaien.

Even verderop kom ik in het Nonnenland. Dit gebied was in de oude tijd, de hele oude tijd eigendom van een klooster in De Bilt. Zoals dat gaat wertd in vroger tijden het gebied droog gemaakt, onder anderen door turfsteken en het aanleggen van sloten. En zoals het vaker gaat wordt het daarna weer nat gemaakt, met dank aan Staatsbosheer. Zelfs een millennium oud beekje kwam weer boven water.

 

Ik maak er nog iest van mee bij de waterrijke plasje temidden van weilanden. In de verte zie ik een ree langs het akkerbouwveld rustig grazen. Het kijkt een paar maal op, kijkt in mijn richting en gaat dan verder met grazen. Een rustpunt in een rustige omgeving.

 

 

 

Via een overstapje kom ik in het landgoed Venwoude. Er is niet alleee verzameling bomen, maar er worden allerhande bijeenkomsten georganiseerd over het menselijk welzijn, in verband met de wereld om ons heen.

 

 

 

 

Even verderop kom ik op landgoed Pijnenburg. Hier tref ik een klein veldje heide. Ook hier is de stilte aanwezig. Ik kom ook geen andere wandelaars tegen. Het landgoed is in handen van de familie Insinger.  Dan denk ik net af te zijn van de familie De Beaufort (op de zuidelijke heuvelrug) kom ik nu bij de Insingers. Geen wonder dat de naam Insinger De Beaufort in sommige kringen bekend is.

Ik steek de Embranchementsweg over en ga de bossen van de Vijverhof in. De aanwezigheid van allerhande landgoederen geeft toch veel rust wanneer er op het terrein kan worden gewandeld.

Via het volgende landgoed en dat is Splinterenburg kom ik weer verder door de bossen van Ridderoord. Splinterenburg is eigendom van een bosbouwbedrijf, gelukkig staan er nog vele bomen overeind. Misschien zijn er door het werk van het bedrijf wel bomen bijgekomen.

Ik kom langs een serie gbouwen waar ik allerlei gespreksruimten zie met fraaie stoelen waarin je op comfortabele wijze een gesprek kunt voeren. Het zijn gebouwen van het Helen Dowling Instituut, voor psychologische zorg bij kanker.

 

 

Daarna volgt, weliswaar vlak langs bomen, een stukje langs een asfaltweg. Even later loop ik op de Eijkensteensesteeg. Het zal op een ander moment een fraai steegje zijn, daar wil ik wel van uitgaan. Maar op het moment dat ik daar loop barst de bui los. Volgens de berichten zou er in de middag kans zijn op een bui. Het is nu twaalf uur en tijd voor een bui, een flinke bui. Ik probeer schuilend onder de grote oude bomen tijd te winnen. Soms even van boom tot boom verder. Dan tref ik plots langs de weg een overdekte boekenkraam, onder het afdak en de plastic schermen aan de zijkant kan ik goed schuilen. Ik heb de tijd om te kijken of er nog een boek voor mij bij zit. Helaas, niets gevonden.

Wanneer het van boven weer droog is geworden ga ik verder. Maar onder is het nog niet droog. Ik kom over een zeer smal paadje omzoomt door struiken. Het lijkt wel of ik door een wasstraat loop.

Tot aan Lage Vuursche en de parkeerplaats is het bos en bos en rustig. Ik stuit op het Koos Vorrinkhuis van de NIVON. Even later kom ik langs Swierhout, zo te zien kan iemand die het wil kunstige houtproducten hier kopen.

Oh ja, ik heb Haar niet gezien.

Rob Wolfs en Ad Snelderwaard – Wandelen over de Utrechtse Heuvelrug – uitgeverij Gegarandeerd Onregelmatig 2016 (wandeling nummer 3: 11 kilometer)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s