wandelen in citaten (07)

DAT OP EEN DAG DE OCHTEND SPEELGOED WORDT,
DE VOETEN VAN EEN WANDELAAR BUITELEN
IN HET GRAS. EEN BOOM, OOG IN OOG MET

DE HEMEL, TILT ZIJN TAKKEN OP, DENKT VOGEL
TE ZIJN, VLIEGT OVER TUINEN UIT,
EEN GEDICHT DE OVERTREKKENDE SCHADUW

ALS IETS DAT OPLOST IN ZICHZELF. LONKENDE
BOMEN ONDER VERWARDE WOLKEN, DE JEKER
FLAKKERENDE GOLFSLAG. HOE BEVOORRECHT WIJ

STAAN EN BLIKKEN NAAR ELKAAR, VLIJEN ONS NEER
LANGS HET WATER, ZACHTE DEINING, VER EEN RUISEN
OM DE MUREN VAN DE STAD.

Frans Budé

Advertenties