
Het is 11.04 uur en 22 graden Celcius wanneer ik voet op vaste grond zet bij de bushalte West/Centrum in Aalsmeer. Ik zie grote gebouwen van Studio Aalsmeeer. Voor die gebouwen heb ik geen belangstelling. Ik ga op weg naar het punt waar ik lang geleden het Waterliniepad heb verlaten. Nu ligt voor mij de Stommeerkade waar ik word vergezeld van ouderen achter een rollator. De zon is flink aanwezig en zal zich vandaag niet beperken tot 22 graden. Aan de linkerzijde van de weg is schaduw. Dat wordt de kant waar ik ga lopen. Langs een restant van de oude spoorlijn met rollend materieel en langs de Karmelparochie met imposante gebouwen. Na een tijdje komt aan de overkant het zicht op de Westeinderplassen. De watertoren is al langer in zicht. Deze toren is gebouwd in 1928 en is 51 meter hoog en het is ook nog een Rijksmonument. Er schijnt het gerucht rond te gaan dat deze toren één van de mooiste watertorens van ons land is. Aan de Art Deco-elementen zal het niet liggen. Even voorbij de toren pompt een moeder een sup op, een zoon probeert heel voorzichtig met één voet de temperatuur van het water te testen. Mocht de temperatuur tegenvallen dan is vrouwentroost dichtbij. Ik verlaat het waterkant en ga de Bachweg in (zonder muzikale begeleiding), steek de Legmeerdijk over en kom terecht in de Vuurlijn. Hier gaat het pad vlak langs een kassencomplex. Het schapenpaadje op de dijk brengt mij bij De Kwakel. Hier neemt het Pelgrimspad afscheid van het Waterliniepad en gaat zelfstandig op weg naar Maastricht.

In De Kwakel is veel water en de route volgt veel water en smalle paadjes en bruggetjes. Ongemerkt nader ik Uithoorn waar ik een beschermd natuurgebied inga waar honden niet zijn toegestaan. Het smalle pad slingert zich door hoog opgeschoten groen. Even voorbij een bankje zie ik tegenliggers: een man, een vrouw, een hond. Ik kan het niet nalaten om een opmerking te maken: Wat mooi, dat u hier met de hond kan wandelen. De man regaeert met: Het kan wel, maar het mag niet. Of mijn karig gestrooide zaad op zal schieten weet ik niet. Een volgend groen gedeelte dient zich aan. Daarna dient zich aan het voormalig Fort aan de Drecht, dat betekent dat ik nu aan de Amstel ben. In het midden van de Amstel stroomt de grens tussen Noord-Holland en Utrecht. Ik volg de Amsteldijk Zuid over een smal pad langs het water. De route blijft langs het water lopen en langs horecagelegenheden en winkels. Ik neem na 10 kilometer een pauze in de schaduw op een stenen muurtje naast een winkel met vele winkeltjes binnen de zaak. Grote aantallen fietsers komen voorbij in alle leeftijden. Motoren gaan brullend door het centrum. Een vrouw wordt afgezet voor de deur van de kapsalon, maar de kapsalon is nog gesloten. Een moeder en dochter in lange zwarte gewaden en met bedekt hoofd komen ook op het muurtje zitten. Het schept een zwarte band. Mijn pauze loopt ten einde en ik wil over 10 kilometer weer een pauze houden, net aan de rand van de Vinkeveense Plassen.

De route gaat verder langs de Amstel. Bij de Thamekerk is een kleine opstopping. De geopende rouwauto staat voor het kerkgebouw. De kist ligt binnen. Mensen lopen om de auto heen en spreken elkaar aan. Een man verbergt zijn hoofd in een mobieltje en mompelt in een voor mij vreemde taal. Ik ga verder over de Amsteldijk Noord. Aan mijn linkerhand liggen bedrijventerreinen die betere tijden hebben gekend. Een hoog gebouw kenmerkt zich door ingegooide ruiten. Op de Amstel vaart af en toe een bootje langs. Dit gedeelte van de route is niet vrolijkmakend. Af en toe staat er een kapitale recent gebouwde villa. Eén is er zelfs te koop. Ik loop over de N201 die onder de Amstel doorgaat. Hier wordt de dijk Amsteldijk Zuid. De windrichtingen hebben hier een moeizaam bestaan zonder kompas. Vele aanlegsteigers zijn aan de wal vastgemaakt. Kleine bootjes, grote bootjes, verwaarloosde bootjes. Dan kom ik aan bij Nessersluis, die weliswaaar aan de overkant (en daarmee in Utrecht ligt) maar ook aan deze kant haar sporen nalaat. Hier is namelijk een veerdienst. Het veer ligt aan de Utrechtse zijde en vertoont geen grote haast om naar deze zijde te komen. Het lijkt er op dat de veer te strak is gespannen en daardoor haperingen vertoont. Dan ineens komt het veer in beweging en landt aan deze zijde. Ik mag mee voor 70 eurocenten. Aan de Utrechtse zijde ligt Voormalig Fort Waver-Amstel. Ik heb het niet onmiddelijk in de gaten, maar ik neem langzaam maar zeker afscheid van de Amstel en kom onder het bewind van de Oude Waver, die even verderop de Amstel in de Amstel uitkomt. Ik passeer een hefbrug die de bootganger zelf dient te heffen en te ontheffen. Dat haalt de vaart er wel uit. De hitte neemt nog steeds toe (gevoelswaarde ter plekke) en toe. Nauwelijks schaduw op de dijk. Soms staat er een eenzame boom in de buurt van een erf. Dan zie ik in de verte wederom een hefbrug. Zou daar het kilometer 20-punt zijn? Ik ben wel aan een pauze toe. De hefbrug staat niet op het kilometer 20-punt en ik ben wél aan een pauze toe. Aan de picknickbank bij de brug zit een echtpaar met fietsen. Ik ga aan de andere kant van de bank zitten. We raken aan de praat. Het echtpaar woont in Mijdrecht en de man is geboren bij de volgende hefbrug. Zijn vader werkte vanuit een spoorhuis bij Abcoude. Na een prettig gesprek vertrekt het echtpaar. Dan zie ik over de weg die ik na de pauze zal inslaan twee dames aan komen lopen. Bij het Hoofdweg bij de hefbrug gaan zij in overleg met behulp van mobieltjes. De hefbrugwachter besluit in te grijpen en zoekt de dames op. Zij weten niet waar zij nu naar toe willen gaan. Hij wijst hen op de landkaart die vlak bij hefbrug op poten is gezet. Dan gaan de dames de kant uit waar vandaan ik ben gekomen. Verder langs de Oude Waver in de richting van de Amstel. De hefbrugwachter komt bij mij op het bankje zitten. Sinds ik hier zit is er nog maar één boot langs gekomen waarvoor de brug door kordaat ingrijpen van de hefbrugwachter de lucht in moest gaan. Terwijl wij praten over brug en vis en vaartuigen komen er twee wandelaars aan. Het zijn de bekende dames. Nu gaan zij in de richting waar zij oorspronkelijk vandaan kwamen. Het kan verkeeren.

Ik ga maar eens op pad en ik laat de hefbrugwachter achter. Er is nog steeds maar één vaartuig over de Oude Waver gegaan. Net nadat de Waverdijk is overgegaan in Botshol verlaat ik de dijk. De route gaat ten zuiden van Fort in de Botshol. Het is hier een mooi natuurgebied. In de verte zie ik twee personen wandelen. Het zullen toch niet ….. . Ter hoogte van de Groote Wije zie ik een drietal mensen zwemmen met een drijvende bol waar waarschijnlijk hun kleren in zitten. Vlakbij de Botsholsedijk is een geïmprovisseerde ligweide waar mensen geheel of gedeeltelijk ontkleed in de zon liggen. Alsof het niet warm genoeg is. Ik loop over de dijk tot ik aankom bij de Werkschuur Botshol. Hier ga ik van de dijk af. Ik bleef even achter de schuur staan. Hier is schaduw en koelte. Ik vervolg het pad achter de schuur. Wanneer ik op het graspad schaduw waarneem ga ik langruit op de grond liggen met mijn hoofd op mijn rugzak. Even uitrusten en dan nog even. Ik lig prima. Het wordt iets koeler en de zon draait verder weg. Niemand loopt over dit pad. Ik drink en ik eet en rust uit. Dan sta ik op en verwijder alle grassprietjes en takjes van mijn bezwete armen. Ik slinger mijn rugzak om en loop verder. Gelukkig is er meer en meer schaduw. Ik loop over een smalle strook grond tussen de Groote Wije en de Vinkeveense Plassen. Af en toe passeer ik een aangemeerd bootje en ook een aan land gekomen visser die zijn tent heeft opgeslagen. In de verte zie ik op smalle stroken land huisjes en tenten staan. Dan steek ik door naar het noorden en kom uit bij Winkel, een water. Ik ga rechtsaf en passeer aan het water een oude boerderij die onder handen wordt genomen. Dan kom ik op een schapendijk waar schapen voor mij aan de kant gaan. Er wordt net geschut bij de Proosdijersluis en ik kan over het bruggetje naar de overzijde van het water. Ik volg Winkel en steek het riviertje over om op de Winkeldijk te komen. Aan mijn rechterzijde over de rivier is veel toeristische activiteit met huisjes en boten.

De Winkeldijk komt uit bij de A2, die ik onderdoorga. Winkel gaat de snelweg ook onderdoor. Ik bel naar Wandellief om mijn voortgang (of gebrek daaraan te melden). Over de Koppeldijk ga ik Abcoude binnen. Bij het Raadhuisplein zie ik het terras van Café Koppeldijk. Hier neem ik plaats, maar voordat ik ga zitten heb ik mijn bestelling al gedaan. Soep. Het blijkt een combi van paprika en tomaat te zijn (twee voor de prijs van één). Bruiswater. Aan een andere tafel is een klein gezelschap druk bezig met een kaartspel. Het bruiswater smaakt prima. Heerlijk koel met een frisse afdronk. De soep gaat vergezeld van een keurig stuk brood met versierd beleg. Ook dit gaat er goed in. Nog een flesje bruiswater. Dan heb ik samen een halve liter op. Tijd om op te stappen (na betaald te hebben). De brug over en dan langs de Angstel waar jongeren en ouderen zwemmen. Langs het Fort bij Abcoude en zo kom ik bij het spoor dat ik in noordelijke richting volg. Bij Boutique Hotel De Witte Dame verlaat ik de route en ga verder langs de spoorlijn die onder het Gein doorgaat. Drie minuten voor het vertrek van de trein naar Utrecht loop ik het station binnen. Het is 19.30 uur en 27 graden Celcius.

Waterliniepad 5
Aalsmeer bushalte West/Centrum naar Abcoude station
27.8 kilometer
Voor de bewegende beelden, klik hieronder: https://www.relive.com/view/vYvrgBonpxO
Ontdek meer van Willems Wonderlijke Wandelingen
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.