Groot Frieslandpad (06) : Nij Beets naar Haulerwyk

Het is druk in de bus van Heerenveen naar Nij Beets.
Na mij stapt een keurig geklede jongeman in.
Nu zijn er in totaal twee passagiers.
De jongeman die een kaartje heeft gekocht, stapt uit op een bedrijventerrein van Heerenveen.
Ik rijd als enige passagier verder.
In Tijnje stapt een oudere man in die een geanimeerd gesprek begint met de chauffeuse.
Aan deze chauffeusse heb ik al verteld waar ik uit wil stappen. Zij zal er rekening mee houden. En inderdaad, zij houdt woord. Ik stap uit in Nij Beets. Mijn wandeling gaat beginnen.

Mijn wandeling gaat eerst langs een zandwinningsgebied en dan naar Ald Beets. Ald Beets is een levendige gemeenschap die voornamelijk bestaat uit een begraafplaats, inclusief klokkenstoel. Bij een klokkenstoel denk ik altijd aan een verhaal over mijn opa. Toen zijn vrouw (mijn oma) overleed zou zij worden begraven op de begraafplaats in Brongergea, aan de Marijkemuoiwei. Ook deze kleine begraafplaats heeft al sinds jaar en dag een klokkenstoel. Het was net voor de tweede wereldoorlog hier gebruikelijk om met de begrafenisstoet drie maal rond de begraafplaats te lopen op een uitgesleten pad. Mijn opa die van de Veluwe kwam wilde daar niets van weten en stak een stokje voor de plaatselijke traditie. In het aanpalende bos kom ik een man tegen die door het bos crosst met een quad. Tussen zijn benen zit een klein kind, een voorop de quad zit een ander klein kind. Verkeersveiligheid op z’n Frysk. Op het Schuinpad, bij het naderen van Beetsterswaech ontmoet ik een echtpaar. Wij raken aan de praat en zij vragen of ik het Groot Frieslandpad loop. Ik kan het niet onkennen. Zij hebben dit pad ook gewandeld. Wandelen is altijd een goed gespreksonderwerp. Het gaat over afstanden en over genieten en het schoons dat is te zien. Ik wandel Beetsterswaech binnen. Hier hebben mijn opa en oma gewoond, toen mijn opa jachtopziener op landgoed Lauswolt was. Zijn oudste dochter (mijn moeder) ging regelmatig mee op jacht met haar vader. Een ongebruikelijk actie voor een meisje, zoals één van de dames van het landhuis eens opmerkte tegen mijn moeder toen zij beiden van het dorp naar het Landgoed wandelden. Mijn moeder deed ook wel meisjesdingen. Zij paste op op de kinderen van de koetsier en zijn vrouw die in het Koetshuis woonden. Het Koetshuis van Lauswolt kreeg vele decennia later politieke betekenis toen één van de kabinetten van J.P. Balkenende hier werd gesmeed. Iets van de oude grandeur van Beetsterzwaag is nog te zien wanneer ik door de Hoofdstraat loop en door de overtuin van het L:ycklamahûs, waar grote borden vertellen over de terugkeer van Jeanne Bieruma Oosting, die een deel van haar jeugd op het landgoed Lauswolt doorbracht. Zij schilderde en was anders. Landgoed Olteterp schenkt gastvrijheid aan wandelaars, zelfs aan dieren die hier een rustgebied hebben. De fraaie Sint Hippolytuskerk staat verborgen tussen bomen. Het gebouw is expositieruimte geworden. Vroeger werd het Woord tentoongesteld en aangeboden, nu zijn het schilderijen. Ik steek een doorgaande weg over en passeer een dwarsbalk met de tekst ‘Olteterp – Lauswolt’ (eigendom van a.s.r.). Bij een naamloos water neem ik pauze op een oude boomstronk. Het is stil. Zelfs het water kabbelt niet. Geen vogels die fluiten. Geen ree die langs komt. Alleen het kauwen van een boterham brengt een lichte verstoring van de rust.

Langs de Verlaat in Hemrik.

Door bos en veld ga ik naar Hemrik over het Hemrikerpaed. In het Berchebosk wordt mij door een informatiebord meegedeeld dat in 1760 de Opsterlânske Kompanjonsfeart gegraven werd. Tijdens het graven kwam veel zand vrij dat op bulten werd gegooid. In dit bos zijn nog twee bulten (berch = bult) aan te treffen. Ik kom uit bij de Himrikerfallaat die ik een eindje in oostelijke richting volg. Bij oude fabrieksgebouwen kom ik langs een verlaten zwembad. Het is vakantie. Het is warm. In het zwembad heerst stilte. Het kan in De Himrik. Het dorp levert mij geen bijzonderheden op (behalve een kerkgebouw op een heuveltje). Via een noordelijke omweg kom ik bij Sparjeburd, waar een driegeneratiesbos is. Op speelvelden en op bankjes tref ik vele driegeneratiegezinnen aan. Ik ga er aan voorbij en kom uit bij de Weinterper Fallaat (hetzelfde water als in de Himrikerfallaat). Een bankje bij de schutsluis is onbezet, maar niet voor lang. Een sloep (met motor) is de sluis binnengevaren. Nu moet de andere sluis iets opengezet worden. Dit gebeurt met mankracht door twee jonge knapen. Langzaam zakt het water in de sluis. Wanneer het water in de sluis voldoende is gezakt worden de beide sluisdeuren helemaal opengezet, weer met mankracht. Nadat de sloep het ruime sop aan de andere zijde van de sluisdeuren heeft gekozen kunnen de knapen even uitrusten, een sigaretje opsteken en de telefoon controleren. Dan zie ik een volgende boot aankomen, flink groter dan de sloep. Eén van de beide jongemannen gaat aan de slag om de smalle voetgangersbrug over de Verlaat een 90 graden zwaai te laten maken zodat de boot de sluis kan binnen varen. Dan begint het proces van het sluiten van twee deuren en het openen van twee andere sluisdeuren. Allemaal met handkracht. Ik pak mijn spullen en ga verder langs de Verlaat. Na enige tijd passeert één van de knapen mij op een electrische scooter. Vlak voor Lyts Grins (Klein Groningen) zit hij op een bankje en wacht op zijn volgende klus. Gedurende de maanden juli en augustus is hij hier aan de slag. Daarna gaat hij terug naar Groningen voor zijn studie. Hij heeft een paar bruggen en sluizen onder zijn beheer en zo nodig helpt hij een collega. In Lyts Grins wordt zwaar geprotesteerd tegen de plaatsing van een mestvergister (hier geschreven als ‘mest vergister’). Zonder trekkers is de boodschap ook duidelijk. Wanneer ik aankom bij de Duurswouderheide is er weinig heide te zien, wel veel gras, verder is de hitte sterk aanwezig in stilstaande vorm. Een drietal ouderen komt mij pratend tegemoet, maar het drietal is zo innig in gesprek dat mijn groet smelt in de hitte. Aan de rand van een bos ten zuiden van de Biskopwyl ga ik zitten op een dwarsbalk en drink om te warmte te verdrijven.
Aan de overkant van de weg passeer ik de Janssenstichting (dat een buurtschap is) en een bordje dat wijst naar een kapel. Een man is bezig met een oude auto. Mijn weg gaat door de landerijen, waar geen andere verkeer komt, of toch, een grasbiker is door het hoge struweel gedrongen. Ik doe voorzichtig een stap opzij. Het gebeurt zelden dat een gras/mountain/bosbiker aan de kant gaat voor een wandelaar, terwijl die fietsen daar toch op gebouwd zijn. Aan de overkant van de Kruisweg (ten zuiden van Waskemar) ga ik een lang fietspad op en kom terecht in een bosgebied met heide en het beroemde Stientiepoele. De naam ‘Blauwe Bos’ werkt gelukkig niet verwarrend. In dit bos is trouwens een
begraafplaats van de familie Kok. Inmiddels ben ik ten zuiden van Haulerwyk. Een enkel fietsend echtpaar, bramen plukkende mensen, een verlaten zwembad en wat dies meer zij. Op de doorgaande weg in Haulerwijk is nog enige bedrijvigheid. Ik kijk bij de bushalte of alle voor mij relevante gegevens kloppen. Bij de plaatselijke Coop loop ik binnen voor een banaan en een pak frisse zuiveldrank. Even wat ik kwijt ben geraakt aanvullen en dan wachten op de bus.

Bjuster Fryslânpad (06) : Nij Beets naar Haulerwyk – 39.1 kilometer

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.