Baarn

De ambtenaar komt van het stadhuis aan bij het station Baarn. Hij gaat zitten op de stoel die voor hem klaar staat. Over enkele minuten komt de eerste trein van de dag aan op het station en hij is vanochtend op tijd. Hij kijkt in het schrift dat hij meegenomen heeft van het stadhuis en ziet dat er gisteren geen bekende letterkundige of beeldend kunstenaar is aangekomen op of vertrokken van dit belangrijke station. Hij is vol vertrouwen voor deze dag. Misschien is hij vandaag gelukkiger dan zijn mede-ambtenaar gisteren. De eerste trein is binnen gereden. Na enkele ogenblikken lopen enkele passagiers door de hal. De ambtenaar kijkt nauwkeurig, maar ziet geen enkele persoon van allure op artistiek terrein. Het wachten is nu op de volgende trein die aankomt. Hij is geoefend in het wachten en in het door het raam naar buiten kijken. Hij kan nu één van zijn kwaliteiten in zetten. Na enige tijd rolt de volgende trein binnen. Drie passagiers wandelen de hal binnen. Ze zijn verwikkeld in een geanimeerd gesprek. De ambtenaar kijkt naar de man aan de linkerkant, hij herkent, hij twijfelt. Hij besluit zijn veilige stoel te verlaten en op de man aan de linkerzijde af te stappen, met alle nederigheid die het een ambtenaar betaamt. “Neemt u mij niet kwalijk, meneer, maar bent u de heer Van Deijssel?” De man kijkt verrast op en onderbreekt het geanimeerde gesprek: “Inderdaad”, die ben ik”. Hierop zegt de ambtenaar, met zijn schrift in de hand: “Dan heet ik u hartelijk welkom in Baarn. Het is hier zo mooi!”.

Zo loop ik mijmerend verder, nadat ik het station Baarn heb verlaten. Bij nader inzien vraag ik mij af de tekst op de plaquette geschreven is door een letterkundige of een ambtenaar. Wat zou een letterkundige hebben gevonden van de laatste zin, met ‘van Van Gogh’?

Het eerste deel van de wandeling loopt parallel aan het spoor, met dien verstande dat tussen de weg en het spoor een fraaie groenzone is aangelegd, zoals het betaamt in het Baarnse. In die groenzone staat een standbeeld met de titel ‘Pro Patria’ (‘voor het vaderland’). Op de sokkel is een plaat bestigd met de namen van twee personen die omgekomen zijn tijdens de tweede wereldoorlog.

Na enige meters buigt de route  af en verlaat de groene spoorzone. Ik ben nu aanbeland in een krachtwijk of een prachtwijk, als u dat laatste liever heeft. Het is op het eerste oog rustig in deze wijk, de straten zijn verlaten, er is geen hangjongere te zien. Wel dienen meerdere huizen ontrukt te worden aan verdere verloedering. Bij één huis worden de muren gestut door steigers om instorting te voorkomen. Van alle kanten zijn mannen in busjes toegesneld om hier de helpende hand te bieden.

Even verderop zie ik een grote plaswater tussen een groep huizen. Water spuit omhoog, kostbare verspilling van dit water dat zo belangrijk is om mee te leven. Blijkbaar is er een waterleiding gesprongen, want ik zie een buis omhoog steken waaruit het water spuit. Er is hier niemand die ingrijpt, het water spuit maar door. Wat een verspilling!

Even verderop is een weg afgesloten. Wat is hier aan de hand? Is hier een politie-inval gaande bnij een hennepkwekerij? Zitten er grote gaten in het wegdek? Is het een teken van verdere verloedering van deze krachtwijk?

In vroeger tijden (ik denk even aan iemand als Jacqueline van der Waals, zie plaquette) wandelden hier dames met parelkettingen. Tegenwoordig is het een buurt van kansparels. ‘Het kan verkeren’, zei ooit een letterkundige, maar dat was ver voordat er een trein in Baarn stopte en wegreed.

Ik verlaat die spannende krachtwijk, steek een drukke weg over en ga het bos in. Even rust voor mijn vermoeide ziel.

Nu nader ik het terrein van Kasteel Groeneveld. In vroeger tijden woonden meerdere kunstenaars (sommigen beeldend) in dit voormalige kasteel. Eén van die kunstenaars (zelfs letterkundige) die hier woonde was Meulendijk, de geestelijke vader van Pipo de Clown. Deze krachtparel avant la lettre reed hier op de wegen rond in een oude sloopwaardige auto, soms vergezeld door een verdwaalde indiaan (dat kon toen nog), met de uitheemse naam Kluk Kluk, die zijn taalcursus nooit afgerond had en moeizaam Nederlands sprak. 

Er was altijd wel iemand in de buurt die die beide mannen en een hele stoet er om heen op de film zette. In die tijd konden mensen daar om lachen. Wat is er veel veranderd sindsdien.

De route leidt mij om de grachten heen, die het kasteel beschermen tegen de boze buitenwacht. Ik ben niet de enige die hier wandelt. Velen hebben moeite om mijn vriendelijke en hartelijke groet op gelijke wijze te beanwoorden. Het schijnt dat een ieder is verzonken in gepeins.

 

Bij landgoederen loop ik nog wel eens het risico dat ik een lange rechte laan tegenkom. Soms kijk ik vanaf de laan naar het grote landhuis in de verte. Soms steek ik een dergelijke laan over, zoals hier aan de westzijde van het kasteel.

Vanaf hier ga ik naar het zuiden door de bossen. Ik passeer Oost-Indië, dat minder warm is dan ik mij had voorgesteld.

 

Maar over de zon heb ik positieve berichten, want al sinds mijn start bij het station van Baarn loop ik in de zon, af en toe een momentje van schaduw in de beurt van een boom.

 

 

 

De lange wandeling naar het zuiden levert vele mooie momenten op. Niet alleen is het rustig in de bossen, maar de lage zon die door de bomen in herfstaftakeling speelt levert mooie beelden op, mede door nevels die optrekken.

Diep in de bossen ontwaar ik grote grasvlakten. Het blijkt een camping te zijn, een allure camping. Het is leeg, er zijn geen mensen met allure aanwezig op dit terrein, wellicht zijn alle potientiële allure mensen aanwezig op het nabije kasteel De Hoge Vuursche, ooit eigendom van Freddy Heineken, maar nu een hotel, van allure neem ik aan.

Op het zuidelijkste puntje van de route komt de herkenning naar boven. Met het Utrechtpad hebben we hier ook gewandeld. Toen al bleek dat hier, in de buurt van De Stulp, een favoriet wandelgebied is. Ik merk het nu ook weer, veel wandelaars kom ik tegen, al dan niet vergezeld van nordic wandelstokken.

Midden op de open vlakte neem ik mijn lunchpauze. Ik heb er nu 10 kilometer op zitten. Ik zit in de zon, zonder wind. Een heerlijk moment.

Vanaf De Stulp tot aan de Amsterdamse Straatweg volgt de route de route van het Utrechtpad. Ook hier tref ik weer vele wandelaars, meestal van een gevorderde leeftijd. Ik voel me bijna jong. Ik passeer, vlakbij de marechausseekazerne, de parkeerplaats waar onlangs de auto van een verdwenen man is aangetroffen. Meerdere auto’s van hondenspeurbedsrijf Oger staan hier geparkeerd. De honden worden net naar binnen gehaald.  

Ik wandel het Baarnsche Bos binnen, waar weer veel wandelaars zijn. Ik zie een groepje vrouwen speurend langs een pad lopen. Even verderop kom ik bij de Grote Kom, waar onlangs met een bootje en een speurhond gezocht is naar de verdwenen man. De zoektocht leverde niets op.

Ik maak een omtrekkende beweging rond de vijver en ga naar het dichtbij gelegen station, daar wacht ik op de trein die mij verder zal brengen. Mijn naam zal niet toegevoegd worden op de plaquette.

Het was een mooie tocht door de omgeving van Baarn.

Rob Wolfs en Ad Snelderwaard – Wandelen over de Utrechtse Heuvelrug – uitgeverij Gegarandeerd Onregelmatig 2016 (wandeling nummer 1: 14,5 kilometer)

Hiermee is een einde gekomen aan deze bundel van fraaie wandelingen over de Utrechtse Heuvelrug.

Voor meer informatie over deze gids en bestelmogelijkheid, klik op Gegarandeerd Onregelmatig.
https://www.gegarandeerdonregelmatig.nl/wandelgids/wandelen-over-de-utrechtse-heuvelrug?mid=WDW

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s