
Het duurt even voordat ik er ben, maar dan heb ik ook wat.
Eerst op de fiets naar het treinstation, dan overstappen op Amersfoort CS en dan naar Amsterdam CS en verder met de bus naar Purmerend Tramplein. In de trein heb ik het meegebrachte boek uitgelezen. Op het Tramplein waait de wind vrolijk langs de bussen.
Op een steenworp afstand van de bussen zie ik een hoge brug bestemd voor voetgangers die het Noordhollandsch Kanaal willen oversteken zonder natte voeten. Gelukkig is er ook een beschaafde kronkelbrug voor fietsers die dichter bij het water blijft. Over de Kanaaldijk vervolg ik mijn weg. Bij de eerste minibieb die ik op de dijk zie lever ik mijn uitgelezen boek in. Over de Kanaaldijk blijf ik langs het kanaal lopen. De wind rukt aan mijn jas en capuchon. Ik loop op het alternatief van de route omdat het voetveer bij Spijkerboor niet in de vaart is. Op een bordje met richtingen en afstanden lees iik dat Spijkerboor nog maar 8 kilometer vverderop. Nog maar 8 kilometer over de dijk langs het kanaal. Inmiddels heb ik de gemeente Purmerend achter mij gelaten en bevind ik mij in de gemeente Wormerland. Aan de wind is het niet te merken, die komt stevig van links aanwaaien over de polder. Daar waar de Kromme Ganssloot in het kanaal wil stromen staat een molen, de Neckermolen. Ik kan hier alle kanten uitkijken, zelfs dwars door één van de houten gebouwtjes. Daar aan de overkant komt de hoofdroute vanuit Halfweg naar de dijk gelopen. Aan die andere kant van het water staan drie forten overeind. Fort aan de Middenweg. Fort aan de Jisperweg. Bij Spijkerboor ligt Fort bij Spijkerboor. Ik kan er nu niet bij. Vlak bij Fort aan aan de Middenweg is de politie bezig met een maritieme aktie. Twee man op een bootje, de derde man trekt een stevige jas aan over zijn wet suit (natte pak). Af en toe staat een boerderij beneden aan de dijk. Soms keurig netjes, soms vervallen. Ik steek de Jispersluis over via een hefbrug. De dijk strekt zich steeds verder uit.

Dan verschijnen aan de horizon de contouren van Spijkerboor. Ik zie de huizen aan mijn kant van het water. Ook aan de overkant zie ik huizen en zelfs een jachthaven. Daarachter ligt het plaatselijke Fort. Ik zie twee van de ongeveer 25 inwoners, of is maar één van die twee een bewoner? Hier is een kruispunt van wateren. Het Noordhollandsch Kanaal gaat rechtdoor, vanuit het noorden komt de Beemsterringvaart en naar Oost- en West Knollendam in het zuidwesten gaat de Knollerdammervaart. Ook een viertal polders steken hier de neuzen bij elkaar. Ik steek de enige plaatselijke brug over en zie het bekende gebouw van het voormalige waterschap. Daarna is het van alles geweest (waaronder veerhuis) en nu is het permanent gesloten. Het is een mooie tijd voor iets warms, maar helaas. Het huidige gebouw stamt uit uit 1787 en heeft de eer om een rijksmonument te zijn. Wanneer ik voor het gebouw sta, met mijn rug naar de aanlegplaats van het pontje zie ik aan de rechterzijde aan de gevel een overdekte entree en een stoepje met enkele treden. Daar ga ik zitten, uit de wind, met zicht op het niet-varende pontje dat ergens anders ligt. Met enige fantasie kom ik een eind. Gelukkig heb ik warme pompoensoep meegenomen, dus er is toch nog soep. Met een paar wortels en een mandarijn er bij heb ik een typisch Spijkerboorse lunch. Na mijn uitgebreide lunch stort ik mij in de woeiwind. Ik ga de Starnmeerdijk op, langs de Knollerdammervaart. De wind heeft besloten om precies de andere kant uit te gaan. Ik volg deze dijk ongeveer 4 kilometer. Aan dijken geen gebrek vandaag. In de polder ligt een omheind terrein, bomen, gebouwen, open velden. Nu zijn er geen naturisten te bekennen. Aan boerderijen is hier minder gebrek dan op het eerste deel van mijn tocht. Ik kom langs het voetveerpont Starnmeerpolder, dat naar Oostknollendam gaat. Het is heel verleidelijk om even heen-en-weer te gaan, maar ik weet mij te beteugelen. Dan langs het begin of het einde van de Zaan. Ik ga de Amaliabrug over en kom in Westknollendam. In dit westelijke Knollendam ligt de Karnemelksepolder met daarin de voetbalvelden van CVV Blauw Wit, waar onze beide jongens voetbalden rond de eeuwwisseling. Bij het beroemde Molletjesveer wil ik de niet minder beroemde Nauernasche Vaart oversteken, maar helaas … de pont vaart niet. Dit heb ik niet van te voren bekeken. Dat betekent dat ik een flinke omleiding zal moeten maken. Eerst naar het zuiden (bijna twee kilometer) over een graspad over de dijk, vervolgens de Vaartbrug over en dan naar het noorden (bijna twee kilometer).

Ik ben inmiddels in Krommenie waar wij rond de eeuwisseling woonden. De Noordervaartdijk brengt mij langs het water en allerhande bedrijvigheid, van klein tot groot. Woonboten liggen in het water. Ik steek de Linoleumstraat over, een eerbetoon aan de oude fabrieksplek van het huidige FORBO. De Vermaningstraat die gaat naar de plek van de houten Doopsgezinde kerk met zand op de vloer. Bij de Kruisdijk wordt het een smal pad, goed voor de bewoners van de woonboten en de huisje landinwaarts. Dan kom ik uit bij de Taandijk, bij het Molletjesveer. Ik ga landinwaarts. Rechts van mij de polder en de beroemde molen De Woudaap. Deze molen is een regelmatig onderwerp in de boeken over de jongens van de Kameleon. Hotze de Roos, de schrijver van deze boeken, woonde (aan de Lijnbaan) en werkte in Krommenie. Plaatselijke elementen werden veelvuldig gebruikt door hem. De Taandijk gaat over in Krommeniedijk. Een lange dijk met aan weerszijden huizen in allerlei soorten en maten. Het Spuithuis (brandweer) staat er nog steeds. Een rondje Krommeniedijk wandelen was bij ons een favoriet. En dan is daar een grote trekpleister: het oude Hervormde kerkgebouw dat er al staat sinds 1755. Ooit ben ik hier binnen geweest voor een trouwdienst. Even verderop staat op de dijk de voormalige pastorie, die inmiddels een gemeentelijk monument is. Aan de Noordkant van de Noorderham ga ik op een bankje zitten. Ik doe mijn capuchon op om de wind te misleiden. Nog even wat eten en het restant van de pompoensoep naar binnen werken. Dan verder op pad langs de Noorderham. Waar de Westdijk stuit op de Busch en de Militaireweg is het einde van deze etappe 2 van het Waterliniepad. Rechts zie ik de houten brug die naar Busch en Dam gaat. Dat is voor de volgende etappe. Ik ga de Militaireweg op, dan links de Ruimtevaartlaan op, die ooit anders heette. Deze laan was eerst genoemd naar Werner von Braun, die een beroemde man was bij de Amerikaanse NASA, maar die ook veel werk had verzet voor de nazi’s met V1 en V2. Dan de Whitestraat in, Mercuryplein (waar ooit wielrenner De Kneet woonde) en dan verder over de Whitestraat, het smalle pad langs onze voormalige woning. Door een andere wijk kom ik uit bij de Leliekerk, waar wij kerkten, en waar vanochtend een grote schoonmaak is gehouden (net gemist) en verder door Krommenie, bekende en niet-bekende gebouwen en situaties. De Vredeskerk heeft het loodje gelegd. Is daar nu een AH? Het Brood des Levens ingeruild voor twee half volkoren? Langs het appartementengebouw waar de zoon van veldwachter Zwart (uit de Kameleon) woonde. Zie ik daar nu een bekende uit de winkel van groente en fruit van Johan komen? Is dat niet de vrouw van …? Maar zij is druk in gesprek en ik wandel door en loop de Zuiderhoofdstraat in. Stumpel staat nog fier overeind met het mooie beeld van de jongens Klinkhamer in hun boot Kameleon. De weg gaat over in Vlietsend en ik zie vlaggen van FORBO wapperen. Langs café de Remise wandel ik naar het station.
Het is goed om zo even door Krommenie en herinneringen aan Krommenie te wandelen na de lange dijken vol wind.

Waterliniepad 2
Purmerend Tramplein – Krommenie
22.9 kilometer (op route, totaal 27,6 kilometer tot station)
Voor de bewegende beelden, klik hieronder :
https://www.relive.com/view/v26Mzyw2N3q
Ontdek meer van Willems Wonderlijke Wandelingen
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.