Rhenen en de Blauwe Kamer

Het is even zoeken naar een goede plek om mijn vierwieler te parkeren, maar wanneer dit is gelukt kan ik op pad gaan met mijn rugzak. Al snel ben ik aan de oever van de Nederrijn. De zon schijnt en het is droog en het is prachtig wandelweer.

Vrij snel kan ik de bebouwing (ook de aanstaande bebouwing) achter mij laten edn heb ik mooi uitzicht op het water en de uiterwaarden. Aan mijn linkerzijde is het hoog en weet ik mij vergezeld van een hoge stuwwal.

Ik krijg het voorrercht om deze hoge wal op te gaan via een trap. Het is een trap die het patroon van de wal volgt. De treden zijn gemaakt van staalplaat (of plaatstaal). Het heeft een mooie verweerde kleur die past bij het landschap. Ik ga 260 treden omhoog en dat is een hoogte van 36.4 meter. Dat is ook weer niet zo hoog als in de Alpen, maar voor Nederlandse begrippen is het heel wat. Bovenaan ben ik aangekomen op een hoogte van 50.2 meter bover NAP. Hier sta ik net iets hoger dan op de vuilstort bij Wijster (zie het verslag over de etappe van het Westerborkpad), daar was het net onder de 50 meter boven NAP.

 

 

Ook hier, op de berg en stuwwal, heb ik mooie uitzichten. Ik kijk uit op de Blauwe Kamer, waar ik later op de dag nog hoop te wandelen. Zo van boven geeft dit prachtige gebied een andere indruk dan van beneden. Ik wandel verder door het gebied van de Grebbeberg.

 

 

De N225 steek ik over bij de monumenten op de Grebbeberg. Hier wordt herdacht dat aan het begin van de maand mei 1940 hier zwaar gevochten is. De stijgingen in dit gebied worden mooi weergegeven door het bordje met 7%.

 

 

Aan de overzijde van de weg is de erebegraafplaats. Hier zijn  gevallenen van de strijd van mei 1940 begraven. Wanneer in een voorzichtige regen aankom, ontmoet ik twee vrijwilligers die leerlingen van een school in Veenendaal begeleiden op hun ontdekkingstocht in dit historische gebied.

 

 

Ik loop verder en kom in het gebeid van de Laarsenberg, een veel minder bekende berg dan de Grebbeberg. Ik daal af naar de Koppelbomen en de regen tikt gestaag verder op plaatsen waar getikt kan worden. De Koppelbomen is een open akker gebied en juist hier regent het flink. De berg ga ik weer op en ik kom vlak langs de hekken van Ouwehands Dierenpark. Nu moet ik op deze plaats bekennen dat de naam Ouwehand mij eerder doet denken aan rolmopsen dan aan dieren die bezichtigd kunnen worden. Onlangs zijn twee panda’s gehuurd (geleased ?) van China. Deze dieren zijn nog niet te zien, want zij worden voorlopig in quarantaine gehouden. Wel hoor ik gillende kinderen achter hekken. Ik weet niet of de panda’s daar gelukkig van worden.

Inmiddels ben ik voor de tweede maal op de Laarsenberg en nu ga ik beginnen aan weer een afdaling. Aan mijn linkerhand ontwaar even van het pad af een kazemat. Bij de kazemat staan twee militairen in vol tenue die op geen enkele wijze de indruk wekken dat zij binnenkort deze kazemat zullen aanvallen.

De kazemat is in 1939 gebouwd en draagt het nummer S-17 (niet te verwarren met S5). De sectiecommandant tijdens de slag om de Grebebberg was sergeant Th. G. de Kok. Op de middag van zondag 12 mei wordt de kazemat omsingeld en zelfs met twee zware mitrailleurs kan de strijd niet worden gewonnen. In de avond om 9 uur wordt door de bezetting van de kazemat de witte vlag gehesen en komen de Nederlandse militairen met geheven armen te voorschijn. Zij gaan in krijgsgevangenschap. 

Ik ga teruig naar de route en loop het pad af. Ik kom bij een asfaltweggetje en aan de overzijde zie ik een groot gebouw met de naam Heimerstein. Op deze plaats is al eeuwenlang bebouwing. Momenteel is er een medisch centrum.

 

 

 

Ik loop langs het smalle weggetje af en kom bij een knooppunt van wegen. Hier kan ik besluiten om de basisroute te lopen of om de lus van de Blauwe Kamer er bij te lopen. Nou ja, het besluit had ik al eerder gemaakt en ga de weg naar de Blauwe Kamer in. En niet alleen dat. Ik ga ook de provincie Gelderland in. Weer een grensoverschrijdende wandeling.

 

 

Eén van de eerste tekenen van dit prachtige gebied is de oude toren van de steenoven. Een overblijfsel van een verouderd verleden. Nu is het mooi op natuurlijke wijze ingepast in het landschap.

 

 

 

Wanneer ik het wandelpad van de Blauwe Kamer in sla stuit ik al snel op een kudde paarden. Het zijn konikpaarden. De dieren zijn wel gewend aan wandelend publiek, want ze geven geen krimp en ik ga slingerend tussen de kudde door. Zo krijgt het wooord ‘wild’ in combinatie met de Nederlandse natuur een verdiepte betekenis.

Via allerhande slingerbewegingen (ik heb de tijd) kom ik uit bij een vogelkijkhut. Binnen in de hut mag ik naar vogels kijken. Buiten mag dat ook wel, maar hier kun je veilig voor de felle zon en de slagregens en de natte sneeuw rustig rond kijken. Ik gebruik de faciliteit niet alleen voor het kijken naar vogels (met mijn verrekijker), maar ook om een lunch te gebruiken. Halverwege mijn lunch komt een volgende kijker binnen, die zich gelukkig rustig houdt. Een lunch is gauw verstoord.

 

 

Ik ga verder op pad en kom uit bij de steenoven. Hier zie ik een oude ingang van de lange steenoven. Het is overwoekerd en zal dienen als veilige haven voor allerlei wild, in meerdere maten. Er staat een rijtje woonhuizen vlakbij de steenoven.

 

 

Na nog een slinger onder weg weg door, kom ik weer op de weg die mij voert naar de plek waar de lus begon. Daar tref ik een sluis, de zogenaamde Grebbesluis. Helder en functioneel, zo’n naam. Geen vreemde kunstige naam, met een Latijnse klank, maar dan wel potjes Latijn.

 

 

Ik pak de draad van de hoofdroute op en kom al snel terecht in een bui van natte sneeuw. Dat is toch wel mooi van deze wandeling, allerlei weersoorten kom ik hier tegen. De wandeling gaat verder onder aan de voet van de Grebbeberg.

De lange trap die ik eerder noemde ga ik weer op. Bovenaan ga ik niet naar rechts, zoals eerder, maar nu naar links. Hier zijn ook prachtige vergezichten, want ik loop vlak langs de afgrond bij het buitenrivierse gebied. 

Ik steek weer eens de N225 over, nu in de buurt van een pandaparadijs. Via een buitenwijk van Rhenen kom ik terecht bij het station en ik zoek mijn auto op. Die staat nog op dezelfde plaats. 

Een prachtige wandeling, met veel afwisseling.

Deze wandeling staat in :

Rob Wolfs en Ad Snelderwaard – Wandelen over de Utrechtse Heuvelrug – uitgeverij Gegarandeerd Onregelmatig 2016 (wandeling nummer 15: 13 kilometer of 19 kilometer)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s