Er is een titel: Kleine filosofie van het ommetje.
Er is een ondertitel: Een verkenning van de buurt.
De schrijver (ook van: Kleine filosofie van het rijtjeshuis en Thuis. Filosofische verkenningen van het alledaagse) verkent zijn nieuwe buurt in Voorschoten (en kijkt terug op zijn oude buurt in Purmerend) door regelmatig een ommetje te lopen en daarover onderweg en thuis over te filosoferen. Het voorlopige resultaat (want ommetjes maken en filosoferen houdt voorlopig nog niet op) is dit boek. In 29 hoofdstukken gaat Hoexum (hij studeerde aan een Kunstacademie in Enschede en filosofie te Groningen) allerlei aspecten langs van zijn ommetjes. Het gaat hem om de publieke ruimte (oftewel de openbare ruimte oftewel zijn favoriete term ‘de ruimte tussen de huizen‘). Tegelijk schrijft Hoexum dat de hoofdvraag van dit boek is: waarom we überhaupt naar buiten zouden gaan? Het korte en krachtige antwoord en beste antwoord daarop is : de werkelijkheid.
In de periode van schrijven viel zijn verhuizing met vrouw en kinderen van Purmerend naar Voorschoten, waardoor zijn ommetjes veranderden want de ruimte tussen de huizen was anders geworden. Lopen, denken, kijken is een trio dat Hoexum te hulp komt, zowel aan het begin van het boek als aan het einde. De geachte filosofisch ingestelde lezer zou ook een andere volgorde kunnen prefereren. Door ommetjes in het gebied van zijn buurt ontdekt de schrijver allerhande zaken over afstanden, over ontmoetingen, over straatmeubilair, over hondenuitlaters, over muziek in de buurt, over forenzen en pendelen, over benenwagen en tweewieler. Hij ziet het verschil tussen het buurtommetje en het stadse (Leiden!) flaneren, waar je als wandelaar anders bezig bent. Door zijn wandelingen en ontmoetingen wordt hij medevormgever van zijn buurt. De verhoudingen tussen de wandelaar en de buurt veranderen, juist door het wandelen en de ontmoetingen en de gedachtenspinsels die opkomen en aan nader onderzoek worden onderworpen. Het is duidelijk dat Hoexum geen voorstander is van de 15-minutenstad. De verscheidenheid van steden en dorpen en wijken en buurten en het open land is hem lief.
Bij dit alles blijft het oude cliché dat de reis belangrijker is dan de bestemming. Het is een cliché, erkent ook Hoexum, maar hij wil het niet uit de weg gaan, maar juist nieuw leven inblazen, door aandacht te geven aan zijn naaste omgeving.
Achter in het boek staan per hoofdstuk verwijzingen naar de literatuur die aan bod is gekomen in de hoofdstukken. Op pagina 206 citeert Hoexum de kerkvader, theoloog en filosoof Aurelius Augustinus. Dit citaat komt aan het einde van het boek niet terug bij de literatuurverwijzing, maar het citaat komt uit Belijdenissen, VIII, van Augustinus in een terugblik op zijn jeugd.
Bij het zien en lezen van de titel van het boek vroeg ik mij af: waar gaat dit naar toe? Al lezend leerde ik dat het goed is om goed te kijken en te overpeinzen tijdens mijn wandelingen door de buurt (naar de winkel en de patatzaak en bekenden) en dan is er veel te zien, meer dan ik op het eerste oog zou denken. Het boek leent zich er ook voor om langzaam te lezen per hoofdstuk, leg het boek dan even weg en ga naar de ruimte tussen de huizen.
Neem, lees en wandel.
Loop een ommetje.
Denk een filosofietje.
Kijk met nieuwe ogen.
Andersomse volgorde mag ook.

Pieter Hoexum
Kleine filosofie van het ommetje
Een verkenning in de buurt
uitgeverij Noordboek 2024
ISBN 9789464711431
232 pagina’s
Dit boek heb ik ontvangen van de uitgeverij voor een recensie op mijn wandelwebsite.
Ontdek meer van Willems Wonderlijke Wandelingen
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.