ONDERWEG

In deze coronatijden is wandelen zeer populair geworden. Even een ommetje, wel op tijd terug zijn in de avond. In het weekend er op uit, met stevige schoenen aan de voeten. Een klompenpad of een ander pad. Even de zinnen verzetten. Even een andere omgeving. Voor sommige mensen is dit wandelen nieuw.

Anderen zijn al jaren aan het wandelen op paden van korte en lange afstand in Nederland. Zelfs in het buitenland. Mensen storten zich (hopenlijk na enige voorbereiding) op bekende pelgrimspaden, zoals die naar Santiago de Compostella of de weg naar Rome. Beide paden leiden naar het zuiden.

Een vrij onbekend pelgrimspad brengt mij naar het noorden, naar Zweden en Noorwegen. Het is het St. Olavspad, genoemd naar koning Olav Haraldsson, die in de 11e eeuw van zijn troon werd gewipt. De reden daarvoor was zijn overgang naar het christelijke geloof. Zonder troon en kroon ging Olav naar Rusland om daar in ballingschap te gaan. Maar deze ballingschap duurde niet lang wamt hij besloot om zijn troon op te eisen. Hij zeilde naar Selanger, aan de kust van Zweden om vandaar naar de stad Nidaros ( Trondheim) op te trekken. Hij slaagde niet in zijn opzet want hij overleed in een veldslag bij Stiklestad. Ter ere van deze Olav ontstond reeds in oude tijden in zijn spoor een pelgrimstroute. Vervallen en in onbruik geraakt, maar Olav kreeg in 2013 een nieuwe kans. Zie hier, het nieuwe St. Olvaspad.

Journaliste Francine Postma (1972) werd aangetrokken door berichten over dit pad en besloot zelf deze hele tocht van 580 kilometer te maken te voet, nadat zij al eerder een deel van het pad had bewandeld. Op dit pad geen drommen pelgrims, maar rust en natuur en gastvrije mensen langs de route die hun huis of stuga (tweede huisje, vakantiehuisje) hebben opengesteld voor pelgrims die om welke redcen dan ook op pad zijn gegaan. Postma werd aangetrokken door de eenzaamheid en de stilte van het pad en de eenvoud van het leven (hoe kortstondig ook) van een pelgrim. Zij krijgt waardoor zij werd aangetrokken en meer. Haar reis is een wandeling en een ‘rite de passage. Zij laat de brede weg van haar man en twee zoontjes en familie achter zich en verkiest gedurende 37 dagen het smalle pad van de ontmoeting met haarzelf. Zij ontmoet voortdurend haar eigen onzekerheden in één-op-één gesprekken met haarzelf. Zij aarzelt tussen eenzaamheid en contact met gastheren en gastvrouwen. Gaat zij op Spartaanse (of Samense) wijze van slaapplek naar slaapplek of zal zij een meer luxe leven leiden, tussen bomen en vergezichten? Is zij wel een echte pelgrim met het vage religieuze pad dat haar levenspad regelmatig kruiste? Zo vermengt het pelgrimspad van gras en zand en asfalt zich met haar levenspad en met haar levensvragen.

Deze aanpak voorkomt dat iedere dag verloopt onder de noemer: opstaan – ontbijt – wandelen – lunch – wandelen – ontmoeting met gastheer/gastvrouw – diner – slapen en zo verder en zo voorts. Zo is geen dag hetzelfde en reiken de omgeving en de wandeling voldoende stof tot nadenken aan. ‘Ben ik wel goed genoeg?’, terwijl zij dapper doorstapt, kilometer na kilometer en telkens weer de ontmoeting met nieuwe gezichten heeft. Goed genoeg?, terwijl zij korte etappes en lange etappes (bijvoorbeeld 40 kilomter op één dag) aan elkaar rijgt, wind en regen en kou en zon trotseert. Op die langste etappe steekt zij de grens met Noorwegen over en laat daar een ‘niet goed genoeg’steen achter op een stapel steentjes. Net een week eerder heeft zij zichzelf verrast door in een weiland twintig stieren van zich af te houden. Hier is een kanteling in haar zelfreflectie. Zij heeft dit toch maar mooi gedaan! Al deze persoonlijke reflecties geven een diepang aan haar tocht en haar beschrijvingen van deze tocht.

Tijdens haar tocht is zij diep onder de indruk van de omgeving waar zij doortrekt. Schier eindeloze bossen, vergezichten, bronnen (genoemd naar St. Olav), meren, vergezichten, in ossenbloedrood gedrenkte huisjes, golvend landschap, urenlange regens, kou en zon, dorpjes en gehuchten en iedere dag weer een bed en een dak boven haar hoofd. Niet de massa, maar de enkeling, maar zelfs die enkeling kan al te veel zijn op sommige momenten, zeker als het andere pelgrims uit Nederland betreft.

Aan het einde van het boek geeft Francine algemene informatie over de route (inclusief twee websites met specifieke informatie) en geeft zij ons inzicht in haar paklijst. Ik vroeg mij af of zij haar kompas nog uit de verpakking heeft gehaald. Je kunt als pelgrim zomaar iets meedragen dat je niet nodig hebt.

Dit boek vraagt niet alleen om positieve kijk op de tekst, maar ook op het mooie ontwerp en de uitvoering van dit boek, die van de hand van Jelle Post zijn. De voorkant van het omslag straalt de rust uit van het landschap en de pelgrimage, een moment van verstilling (hoe het komt dat wandelende Francine op enkele foto’s zelf staat wordt aan het einde van het boek uit de doeken gedaan.). Bij elke wandeldag is in een separate stijl aandacht voor elementen van de route (met foto’s), helaas wordt dit niet consequent doorgevoerd. Soms is die extra informatie van meerdere dagen achter elkaar geplaatst.

‘Onderweg’ zijn we allemaal. Dit is een mooi boek om te lezen na een wandeling, om weg te lezen en te dromen over verre paden die klaar liggen om bewandeld te worden.

Francine Postma | Journalist en Tekstschrijver

Francine Postma – Onderweg. Alleen over het St. Olavspad – Uitgeverij Fjord 2021 – 214 pagina’s

Dit boek heb ik ontvangen van uitgeverij Fjord om een recensie te schrijven op mijn website.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.