Klompenpad Ugcheler Markepad

P1150697Met zicht op de verkeersstroom op de A1 maak ik mij klaar voor een wandeling op een klompenpad. Het parkeerterrein van het hotel/restaurant Van der Valk (Cantharel) is bijna leeg, maar ik heb toch maar één plaats nodig. De snelweg is even zichtbaar maar nauwelijks hoorbaar, wanneer ik van start ga. De naam ‘Cantharel’ stamt uit het midden van de 20ste eeuw toen de oude woning van de koloniaal Pieter Buwalda, een pension werd en de naam ‘Cantharel’ zijn intrede deed.  Buwalda was een halve eeuw eerder terug gekomen uit Java, daar had hij geld verdiend in de houtbouw (of was het houtkap?). Eerst loop ik door de enk van Ugchelen. Een enk is een verzameling van aaneengesloten akkers, die in de loop der tijden steeds verder werden opgehoogd met bijvoorbeeld heideplaggen en mest van de dieren die werden gehouden. 

Buwalda was niet de enige rijke van buiten die zich vestigde in de omgeving van Apeldoorn. Anderen bleven weg, maar wilden zich wel storten op het bedrijven van liefdadigheid. Eén van de resultaten van die liefdadigheid is te zien in de naam van het bos ‘Van der Huchtbos’ . De Haagse mevrouw Bertha van der Hucht had een vereniging voor heideontginning opgericht. De bedoeling was om met die vereniging geld in te zamelen voor een goed doel. De naam van Bertha leeft ook nog verder in een monumentale zitbank die half verscholen in het bos staat. Vanaf de bank is er zicht op de enk en met een beetje geluk kun je hier een torenvalk zien vliegen en bidden. Tegenwoordig is dit bos onderdeel van Den Treek-Henschoten, meer bekend van de Utrechtse Heuvelrug dan van de Ugchelse Enk. P1150711

Nadat ik de Otterloseweg ben overgestoken kom ik bij Het Leesten. Van ouidsher een plek waar mensen uit Apeldoorn graag naar toe gaan. Er is net een gloednieuw bezoekerscentrum geopened. Toen, heel lang geleden, het particuliere landgoed Het Leesten van start ging werd mij overgrootopa de eerste jachtopziener. Het gebied is mooi glooiend met fraaie uitzichten, de eerste wandelaars signaleer ik en een fietser. In dit gebied werden vroeger klappersteen (stukken ijzeroer) gedolven. In het landschap zijn voor kenners de gleuven nog te herkennen. Om dit ijzerhoudende verleden en andere elementen uit vergane dagen te markeren in het landschap zijn her en der ijzeren markeringen (bijvoorbeeld een trap) aangebracht. Mooi ingepast in het landschap. 

P1150715

We leven in droge dagen, maar in het Salamandergat staat nog water. Dit natuurlijke vennetje heeft grote aantrekkingskracht voor allerlei dieren, groot en klein. Maar nu is het rustig, afgezien van een wandelende passant, die trouwens niet dichtbij het vennetje mag komen, anders had hij misschien in het water nog iets gezien van de gouden klok die monniken hier in hebben gegooid toen zij op de vlucht waren voor de Noormannen.  

Voorbij Het Leesten passeer ik het onderkomen van de Apeldoornse Dresseerclub, die al dateert van 1923. Naast het clubhuis, wandelbankjes en hondenbankjes, obstakels en een met linten afgezet veld is er niets te zien, geen hond en geen baast te bekennen. Voordat ik het gebied van de beroemde Ugcheler sprengen bereik, passer ik een hoek van de immense begraafplaats Heidehof, waar ook enkele van mijn naaste familieleden begraven liggen.  P1150732

Ik herinner de sprengen van mijn jonge jaren, toen we daar wandelden en er met de fiets doorheen gingen, vaak waren we op weg naar de Bakenberg, als een uitje in eigen omgeving. Zo nieuw was een uitje in eigen omgeving toen niet. Het heldere water van de sprengen werd gebruikt voor wasserijen en voor papierproductie. De Hamermolen heeft beide functies gehad. Vlakbij de koppelsprengen wordt nog steeds bijzonder papier gemaakt, namelijk bij VHP Security Paper, voor waardepapieren.  

P1150744

Een groot en imposant gebouw, dat was het al in mijn kinderjaren. Ik herinner mij het gebouw van al die keren dat we hier als gezin voorbij kwamen op de fiets of te voet. Caesarea. Vandaag kan ik het terrein oplopen van wat nu een onderdeel is van het Leger des Heils Gelderland

Dit gebouw was weer zo’n idee van een rijke man, Frits Caesar. Hij was een Amsterdamse handelaar in ondergoed. Zijn vader had in 1880 3 hectaren grond en boerderijen in Ugchelen gekocht. Zoon Frits besloot bouwde in 1920 een vakantiekolonie (inclusief kapel) voor de bleekneusjes uit de grote stad. Meneer Caesar vertilde zich enigzins aan de bouw en de financiering ervan, zodat uiteindelijk de Zusters Fransicanessen van Veghel geld bijpasten en de leiding overnamen. Naast het imposante gebouw is inmiddels nieuwbouw, van iets bescheidener formaat, gepleegd.

Van het grote Caesarea is het niet ver meer naar het begin van mijn wandeling. Op de parkeerplaats van Cantharel en op de omliggende paden is het wat drukker geworden, het zijn voornamelijk wandelaars die zich klaar maken voor een wandeling op deze prachtige dag. 

Klompenpad Ugcheler Markepad – 11 kilometer

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.